Waarom leeft een mol onder de grond?
Tijdens het snuffelen kwam ik opeens een hoop aarde tegen. En nog één. En nóg één.
De laatste bewoog.
Ik bleef stokstijf staan. Ik stak mijn neus naar voren en snoof. Vochtige aarde. Houtsnippers. En daaronder rook ik iets wat verdacht veel leek op een heerlijke dikke regenworm.
Daar zit vast een lekker hapje onder, dacht ik.
Dus ik wachtte.
De aarde trilde een beetje. Er schoof een houtsnipper opzij. Toen verscheen er iets rozigs tussen de korrels.
Ha! Een worm!
Ik deed mijn bek al open. Maar vlak voordat ik wilde toehappen, zag ik dat de vermeende worm vastzat aan een klein zwart kopje.
Het roze stukje was geen worm. Het was een spitse snuit.
Een mol!
Hé! Niet happen! Ik ben misschien klein, maar ik ben echt geen worm.
Ik stak alleen even mijn neus naar buiten. Ineens hing er een egel met een opengesperde bek boven mijn hoofd. Ik schrok me rot!
Sorry! Eerst dacht ik gewoon dat jij mijn lunch was. Jouw spitse roze snuit leek echt een beetje op een dikke worm.
Maar nu ik je toch spreek: waarom leef jij eigenlijk onder de grond?
Omdat ik het hier heerlijk vind. Het is donker, rustig en vochtig. En het mooiste is dat mijn eten hier vlakbij zit.
Regenwormen, larven en insecten bewegen gewoon door mijn gangen. Voor jou is dit misschien een hoop aarde, maar voor mij is het een huis met een ingebouwde voorraadkast.
Dat heb je slim bekeken. Ik rook tussen deze houtsnippers inderdaad al van alles.
Maar kun jij onder de grond eigenlijk wel zien waar je naartoe gaat?
Ik zie niet zo scherp, maar dat hoeft ook niet. Ik voel en ruik juist heel goed. Met mijn snuit merk ik waar de grond los is, waar wortels lopen en waar iets lekkers beweegt.
Ik voel zelfs kleine trillingen in de aarde. Waar jij vooral kijkt, lees ik de wereld met mijn neus en mijn hele lichaam.
Dat is eigenlijk best bijzonder. Ik dacht dat het onder de grond alleen maar donker en stil was. Maar voor jou vertelt de aarde dus van alles.
En waar slaap jij? Gewoon ergens midden in zo’n gang?
Nee zeg! Ik heb dieper onder de grond een echte nestkamer. Daar maak ik een zacht nest van gras en droge blaadjes.
Ik heb ondiepe voedselgangen, diepere hoofdgangen en een veilige plek om te slapen. Onder zo’n klein molshoopje kan een heel gangenstelsel verborgen liggen.
Ik dacht dat ik alleen over een paar hoopjes aarde liep. Maar eigenlijk liep ik over het plafond van jouw hele wereld.
Ik zal voortaan iets beter kijken voordat ik mijn tanden in een roze snuit zet.
Dat lijkt mij een uitstekende afspraak.
En als je weer iets rozigs tussen de aarde ziet bewegen: eerst goed kijken, daarna pas aan eten denken.

